top of page
Logo_edited.png

Hoe brand je een kaars op de juiste manier?

Een mooie kaars verdient een beetje aandacht. Want hoe je een kaars brandt, heeft invloed op de levensduur, de vlam en de manier waarop de was smelt.

​

Met een paar eenvoudige tips voorkom je dat een kaars gaat druipen, roeten of ongelijkmatig opbrandt. Van het bijknippen van de lont tot de eerste keer aansteken: we leggen uit hoe je optimaal van je kaarsen geniet.

Waaraan herken je een kaars van goede kwaliteit?

De TUSK-kaarsen van Candle Kiosk branden langzaam, rustig en gelijkmatig, met een stabiele vlam die de was tot onderaan benut.

​

De kaarsen worden met de hand vervaardigd van natuurlijke was op basis van kokoswas. Ze zijn vegan, paraffinevrij en ongeparfumeerd, met een lont van 100% katoen. De materialen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd voor een mooie, schone verbranding, zonder te druipen¹, te roeten of een tunnel te vormen.

​

In de video hieronder zie je hoe een stompkaars geleidelijk en gelijkmatig opbrandt.

​

Bekijk hoe een stompkaars geleidelijk opbrandt


Wil je alles uit je kaarsen halen? Lees dan verder voor de beste manieren om kaarsen te branden en te onderhouden. Ook vind je hieronder tips over veelvoorkomende problemen: hoe je ze voorkomt en hoe je ze oplost.

De eerste keer een kaars branden

Een goede start helpt om je kaars mooi en gelijkmatig te laten branden.

Drie eenvoudige aandachtspunten maken al een groot verschil:
1. Knip de lont bij
2. Geef de kaars de tijd om gelijkmatig te branden (brandgeheugen) 
3. Houd voldoende afstand tussen brandende kaarsen

​

Hieronder lees je waarom deze stappen belangrijk zijn.

Getting_started_with_candles_001_1024x1024.webp

1. Knip de lont bij
Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar een korte lont zorgt voor een schonere, helderdere vlam en een gelijkmatige verbranding. Een te lange lont kan zorgen voor een grote, onrustige vlam, rook en roetvorming.

​

Knip de lont vóór het aansteken bij tot ongeveer 6 mm. Verwijder ook eventuele losse lontresten uit de was.

​

Een goed bijgeknipte lont zorgt voor een rustige, stabiele vlam: een teken dat de verbranding in balans is. De lont voert gesmolten was naar de vlam, waar deze verdampt en verbrandt. Bij een te lange lont kan de verbranding uit balans raken, waardoor de vlam te groot wordt en roet of rook ontstaat.

​

Wordt de vlam tijdens het branden te groot of begint deze te roken? Doof de kaars, laat hem afkoelen en knip de lont opnieuw bij.

​

2. Geef de kaars de tijd om gelijkmatig te branden (brandgeheugen)


Vooral bij brede stompkaarsen is de eerste brandbeurt belangrijk.

Firstburn-02_2048x2048.webp

​

Laat de kaars bij voorkeur lang genoeg branden om een breed, gelijkmatig wasbad te vormen. Zo voorkom je dat de kaars alleen in het midden opbrandt en er een dikke rand ongebruikte was achterblijft. Dit wordt ook wel het brandgeheugen van een kaars genoemd.

​

Als vuistregel wordt bij stompkaarsen vaak ongeveer één uur brandtijd per 2 cm diameter aangehouden. De precieze brandtijd verschilt echter per kaars.

Bij slanke kaarsen, zoals de TUSK, speelt dit minder een rol. Door hun vorm en hun kleine diameter hebben ze geen eerste brandtijd nodig.

​

3. Houd voldoende afstand tussen kaarsen

​

Zet brandende kaarsen minimaal 10 cm uit elkaar.

Wanneer kaarsen te dicht bij elkaar staan, kan de warmte ervoor zorgen dat ze ongelijkmatig smelten, vervormen of gaan druipen.

Burndown-01_2048x2048.webp

TIPS VOOR OPTIMAAL BRANDEN

Vermijd tocht

Kaarsen branden het mooist in rustige lucht. Wanneer de luchtstroom rond de vlam wordt verstoord, kan deze gaan flakkeren, roken of kan de kaars gaan druipen.

Brand kaarsen daarom in een goed geventileerde ruimte, maar uit de buurt van tocht, ventilatieroosters en sterke luchtstromen.

Kun je tocht niet vermijden? Scherm de kaars dan af met een geschikte, hittebestendige houder die voldoende ventilatie biedt. Zo voorkom je dat de kaars ongelijkmatig opbrandt.

​

Houd de was schoon
Houd de gesmolten was altijd vrij van vuil. Verwijder losse lontresten, verbrande lucifers en ander vuil uit de was. Deze kunnen de verbranding verstoren.

Laat de kaars eerst afkoelen voordat je resten verwijdert.

​

Maximale brandtijd

Voor de TUSK kaars geldt een brandtijd van drie tot maximaal vier uur achter elkaar. 

Doof de kaars na de aanbevolen brandtijd, laat hem volledig afkoelen en knip indien nodig de lont bij voordat je hem opnieuw aansteekt.

Tunneling-03_2048x2048.webp

VEELVOORKOMENDE PROBLEMEN

1. TUNNELVORMING

Wanneer een kaars vanbinnen hol opbrandt en een dikke, ongebruikte wasrand achterlaat, spreken we van tunnelvorming. Dit heeft nadelen: als je niets doet, blijft een groot deel van de kaars ongebruikt over omdat de rand niet meer smelt. Een kaars met een tunnel kan bovendien roeten, doordat de tunnel de luchtstroom naar en van de vlam verstoort.
 

Maak het wasbad zo breed mogelijk
Tunnelvorming voorkom je door de kaars de eerste keer lang genoeg te laten branden, zodat de was tot aan de rand smelt. Zo maak je het wasbad zo breed mogelijk. Dit is het eerder beschreven "instellen van het brandgeheugen". Als vuistregel geldt: laat een stompkaars de eerste keer één uur per 2 cm diameter branden.


Duw de wasrand voorzichtig naar binnen
Is de tunnel nog niet te diep, dan kun je proberen de kaars zichzelf te laten herstellen door hem langer te laten branden; soms helpt vier tot acht uur. Werkt dat niet, dan kun je de kaars voorzichtig ‘omarmen’: duw de zachte wasrand bovenaan naar binnen, richting de vlam, zodat deze was alsnog kan smelten.
 

Snijd de wasrand bij
Is de tunnel te diep om de rand naar binnen te duwen, dan kun je de rand met een scherp mes bijsnijden terwijl de was nog warm is. Doof eerst de kaars en laat het wasbad stollen of verwijder de vloeibare was, zodat die niet overal terechtkomt. Snijd vervolgens de overtollige rand weg. Beschadig de resterende rand niet, want dan kan de kaars bij het opnieuw aansteken gaan druipen.


Houd er rekening mee dat een kaars met één lont en een diameter van meer dan 10 cm doorgaans een tunnel vormt: de lont geeft niet genoeg warmte af om de was helemaal tot de rand te smelten.

Smoke-01_2048x2048.webp

2. ROKEN

​

Een goed gemaakte kaars kan af en toe een beetje rook afgeven, maar hoort niet voortdurend te roken. Als de vlam steeds flakkert, kan de kaars ook roeten. Zie je duidelijk rook of zwarte aanslag op de wand van een kaarsenhouder? Dan helpt het om de mogelijke oorzaken te kennen.

​

Kies zuivere was
Vaak wordt gedacht dat roetvorming vooral afhangt van de wassoort, bijvoorbeeld bijenwas, kokoswas, palmwas, paraffine of sojawas. In werkelijkheid ontstaat roet vooral door verstoringen van de vlam en de verbranding. Anders dan vaak wordt aangenomen, bepaalt de wassoort op zichzelf nauwelijks of een kaars rookt. De zuiverheid van de was is wel belangrijk. Onzuiverheden, waaronder geuroliën, kunnen de verbranding verstoren en rook veroorzaken. Kies daarom kaarsen van zeer zuivere was en houd het gesmolten wasbad vrij van vuil.

​

De meest voorkomende oorzaak van een rokende kaars is een verstoorde vlam. Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn, zoals hieronder beschreven.

​

Zet de kaars uit de tocht
Door tocht, een ventilatierooster of een andere luchtstroom kan de vlam gaan flakkeren en roken. Verplaats de kaars of scherm de vlam af tegen de tocht.

​

Houd de lont kort
Een te lange lont kan de was niet goed tot aan de top aanvoeren. De lont zelf begint dan te verbranden, met rook als gevolg. Ook kan de vlam te groot worden en opflakkeren. Doof de kaars wanneer de lont te lang is geworden, laat hem afkoelen, knip de lont terug tot 6 mm en steek hem opnieuw aan.

​

Voorkom tunnelvorming
Een kaars met een tunnel rookt vaak, omdat de tunnel de luchtstroom rond de vlam verstoort. Iets vergelijkbaars gebeurt in een te kleine kaarsenhouder. In de tips hierboven lees je hoe je tunnelvorming voorkomt of verhelpt.

​

Kies de juiste kaarsenhouder
Staat een rokende kaars in een pot, vaas, lantaarn of andere houder? Dan is die mogelijk te klein. Terwijl de zuurstof in de houder wordt verbruikt, stroomt van boven nieuwe lucht naar binnen. Tegelijk stijgt de warme lucht van de kaars op en probeert de houder te verlaten. Die luchtstromen hinderen elkaar en veroorzaken beweging in de houder, waardoor de vlam wordt verstoord. Een zwarte ring aan de rand van de houder is vaak een zichtbaar gevolg van roetvorming.

​

Kies daarom een grotere houder of een kleinere kaars, met voldoende ruimte tussen de kaars en de wand. Als vuistregel geldt dat er idealiter minstens twee vingers tussen moeten passen.

CK_vase_candle_2048x2048.webp

Dompel de lont onder in plaats van te blazen
Tot slot speelt ook de manier van doven een rol. De meeste roetvorming ontstaat vaak juist bij het doven. Een van de schoonste manieren is de lont kort in het hete wasbad te dompelen en hem daarna weer omhoog te halen.

Een kaars die voortdurend flakkert of rookt, brandt niet goed. Doof hem en laat hem afkoelen. Knip vervolgens de lont bij, controleer of er vuil in het wasbad zit en steek de kaars pas weer aan wanneer hij uit de tocht staat.

Drip_2048x2048.webp

3. DRUIPEN

​

Een druipende kaars kan verschillende oorzaken hebben. Bij een goed gemaakte kwaliteitskaars zijn deze problemen gelukkig meestal eenvoudig op te lossen. Het gaat erom de oorzaak te herkennen en de juiste oplossing te kiezen. Hieronder lees je hoe je voorkomt dat stompkaarsen druipen.

​

Vermijd tocht
Zelfs een lichte luchtstroom kan de vlam opzij laten bewegen, waardoor de rand die het gesmolten wasbad op zijn plaats houdt, wegsmelt. Zodra die rand doorbroken is, kan de was langs de kaars naar beneden lopen. Bij sterke tocht kan vloeibare was zelfs over de rand worden geblazen. Neem de tochtbron weg, verplaats de kaars of scherm hem af. Tocht is niet altijd goed merkbaar: let op een scheefstaande of flakkerende vlam en kleine rookpluimpjes.

Houd afstand tussen kaarsen
Staan kaarsen te dicht bij elkaar, dan kunnen ze ongelijkmatig smelten, vervormen en druipen. Houd minstens 10 cm afstand tussen brandende kaarsen. Controleer bij druipen ook of de kaars wel recht staat.

Controleer de kaarsenhouder
Een of meer kaarsen in een vaas of houder kunnen prachtig staan, maar de warmte kan zich daarin ophopen: warmte ontsnapt minder gemakkelijk en de wanden weerkaatsen die terug naar de kaars. Daardoor kan de wasrand smelten en kan de kaars gaan druipen. Gebruik eventueel een grotere houder (wij adviseren minimaal 3 cm tussen kaars en vaaswand), zet er minder kaarsen in of laat ze korter branden. Je kunt ook bewust een dikkere wasrand laten ontstaan door de kaars niet helemaal tot de rand te laten smelten; zo’n rand smelt in een houder minder snel weg (zie het onderdeel over tunnelvorming).

Onze stompkaarsen met een diameter van 7 cm zijn getest en druipen niet in houders met een diameter vanaf 13 cm. Houd daar rekening mee bij het kiezen van een houder.

Brandtijden
Laat de kaars bij de eerste keer aansteken minimaal vier uur branden. Het wasbad moet de rand bereiken om tunnelvorming te voorkomen, maar de buitenste wasrand mag niet volledig doorsmelten. Als vuistregel geldt één uur branden per 2 cm diameter bij de eerste brandbeurt. Laat de kaars daarna liever niet langer dan vier uur achter elkaar branden. Doof hem, laat hem afkoelen, knip de lont bij en steek hem opnieuw aan.

Laat de lont niet te lang worden
Begint de kaars te druipen, of lijkt dat te gaan gebeuren? Controleer dan de lont. Een te lange lont kan een grote, flakkerende en instabiele vlam veroorzaken. Doof de kaars, laat hem afkoelen, knip de lont terug tot 6 mm en steek hem opnieuw aan.

 

Zoals je ziet, zijn de meeste oorzaken van druipen eenvoudig te voorkomen of te verhelpen. Lukt dat niet, dan kan het wijzen op een kaars van mindere kwaliteit: onzuivere was, een onjuiste lontdikte of -positie, gebrekkige afwerking of een wassoort die niet geschikt is voor dit type kaars (bijvoorbeeld sojawas voor een stompkaars). Plaats een kaars altijd op een stabiele, niet-brandbare ondergrond.

 

Hoe doof je een kaars?

Wanneer je een kaars wilt doven, is er een betere manier dan uitblazen. Zo voorkom je dat de kamer zich met rook vult of dat er was rondspat. Dompel de lont kort in het hete wasbad en haal hem daarna weer omhoog. Gebruik hiervoor een speciale lontdipper of een ander geschikt, niet-brandbaar hulpmiddel (bijvoorbeeld een metalen barbecuespies). Zo voorkom je dat de lont blijft smeulen en roken. Extra voordeel: de lont krijgt een laagje was en is meteen voorbereid op de volgende keer aansteken.

 

Hoe bewaar je kaarsen?

Kaarsen blijven doorgaans jarenlang goed wanneer je ze op de juiste manier bewaart.

Bewaar ze bij voorkeur op een koele, droge plek, uit direct zonlicht. Warmte kan ervoor zorgen dat de was zacht wordt of vervormt. Ook langdurige blootstelling aan licht kan de kleur beïnvloeden.

Bewaar kaarsen rechtop en bescherm ze tegen stof en beschadigingen.

 

Geniet van je kaarsen!

Met een beetje aandacht branden kaarsen mooier, rustiger en vaak ook langer. 

Benieuwd naar onze collectie? Ontdek de TUSK-kaarsen van Candle Kiosk: van natuurlijke was op basis van kokoswas, met een geïntegreerde voet. Verkrijgbaar bij Studio INCH.

Heb je feedback of vragen? Neem dan gerust contact op via collectie@studio-inch.nl

​

¹ Mits de kaarsen uit de tocht worden gehouden en niet te dicht bij elkaar worden geplaatst (zie voor details het veiligheidslabel aan de onderkant van onze kaarsen en onze instructies voor Kaarsveiligheid) ↵

​

Bron: gebaseerd op de adviezen van Candle Kiosk, fabrikant van de TUSK-kaarsen. De tekst is bewerkt en aangevuld door Studio INCH.

bottom of page